Zomerschaak
Nu de open van Brasschaat achter de rug is, kunnen we stellen dat het zomerseizoen 2026 in de schaakwereld ook langzaam op zijn einde loopt.Als je schaken als een sport beschouwt, is het samen met (8x8 en 10x10) dammen, go, xiangqi (chinees schaken) en shogi (Japans schaken) de enige sport waar je als amateur de prestaties van toppers zelf kan herbeleven. Je kan een sportwedstrijd op TV of internet zoveel keer herbekijken als je wil, maar je voelt de inspanning van de sporter niet zelf. Bij benadering kan je ook een 3000m steeple lopen en dan besef je hoe ver je van het niveau van de atletiektopper zit, maar het is niet dezelfde prestatie (in dezelfde tijd). In schaken en de andere “officiële” (waarmee ik bedoel: er wordt genoteerd) bordspelen kan dat wel: je kan (en met live uitzendingen nu ook op het tempo van de partij zelf) het verloop naspelen en met eigen (en computer)inzichten de partij analyseren. Dat is één van de grote aantrekkingskrachten van het schaken: als publiek begrijp je meer van de wedstrijd dan een wielerfan die op de Puy de Dome zich schor staat te schreeuwen. Schaken en internet – het blijft een gouden combinatie.
De zomer is voor schakers meer dan de onderbreking van interclub en interne competities. Net zoals in andere seizoenssporten (voetbal, zaalsporten en zelfs wielrennen) betekent de zomer de vrijheid om iets anders te doen. Vlaamse schakers hebben al jaren lang tornooien als Brugge, Gent, Geraardsbergen of Brasschaat op de agenda staan. Gelukkig is er nu afstemming (qua data) tussen de Vlaamse tornooien, zodat je in principe praktisch een hele zomer lang kan schaken. Die afstemming was vroeger niet altijd het geval.
Hoewel het geen recent verschijnsel is, zoeken veel schakers het toch eerder op in het buitenland. Je speelt eens tegen andere tegenstanders en het vakantiegevoel is zeker niet te onderschatten. Frankrijk is een populaire bestemming, net als het nabije Nederland. Vroeger gingen “gewone schakers” (ik bedoel schakers die niet in de top 250 van België zaten) occasioneel ook wel eens naar het buitenland – ik heb partijen in mijn databank zitten van schakers die in de jaren 70-80 in de omgeving van Barcelona hebben gespeeld. Dat moet in die tijd een heuse onderneming geweest zijn. Immers, toen nog geen goedkope vluchten, dus lange autoritten – en dat op minder goede wegen in minder goede auto’s (zonder airco) en nog met grenscontroles... Heden ten dage is het veel eenvoudiger om je in te schrijven (via internet), een hotel te boeken (idem), en de verplaatsing te maken (voor een paar 100 euro zit je op het vliegtuig – bijna goedkoper en toch sneller dan met de auto).
Wat zien we vandaag: ex-clubgenoten die naar Letland gaan om daar een tornooi mee te pikken, een lid van Brasschaat die al China heeft afgevinkt, een senior die in Oostenrijk gaat spelen (en Tunesië ook wel ziet zitten), vrienden die de open in Leça hebben meegespeeld, ... Het lijkt bijna alsof de grenslanden van België niet meer volstaan.
Aan de ene kant begrijpelijk – als je oud bent en je wil schaken, ga je geen “gekke dingen” meer doen, dan blijf je liever lokale opens meespelen, zoals Aurèle Lenoir (bouwjaar 1937 aub), die zowel in Borgerhout als in Brugge actief was. Ik weet het, er zijn uitzonderingen: Guy Baete en Paul Jacobs struinen nog altijd vrolijk Europa af om vakantie en schaken te koppelen.
Je vraagt je af of dit een zero-sum game is: betekent deelname aan een buitenlands tornooi ook niet-deelname aan een Belgisch tornooi (nu de open van Charleroi geschrapt is, moet ik bijna schrijven Vlaams tornooi)? Niet helemaal – de Vlaamse tornooien situeren zich bijna allemaal in de zomervakantiemaanden (Wachtebeke, het VSF en Leuven zijn uitzonderingen), zodat dit vakantieschaak enkel geldt voor tornooien in die maanden.
Maar een zekere “drainage” speelt zeker – hoewel dat wegblijven niet noodzakelijk definitief hoeft te zijn – veel deelnemers aan buitenlandse tornooien willen gewoon eens proeven van buitenlands schaak (en het land leren kennen), om daarna weer te lokaal te herbronnen. Het plezier voor de thuisblijvende schaker is dat hij al deze tornooien op afstand kan volgen via (meestal) lichess. Daar zitten soms parels tussen – niet enkel mooie partijen of combinaties, maar soms ook een mooie winstvoering.
Zo raakte Lennert Lenaerts “wereldberoemd”, toen zijn partij tegen de nieuwe sensatie Modipalli Deekshitha (14 jaar) op chess.com gepubliceerd werd. Mooie combinatie, maar eigenlijk was Lennert hier de “zwakkere” speler. Na haar schaakzomer (4 tornooien in Europa) steeg haar rating met 469 punten naar 2454, en op de lijst van augustus zou ze hiermee op de 21ste plaats in de wereld staan, achter Carissa Yip (2459) en net voor landgenote Harika Dronavalli (2453). Zolang dergelijke succesverhalen gebeuren, mogen we Indiërs verwachten op onze tornooien. Geen idee of het gerelateerd was, maar net daarna kondigde Dronavili haar exit uit het Indische olympiadeteam aan.
Een mooie aanvalspartij uit Brugge leverde Alexandre Dgebuadze aan in ronde 4 tegen Artem Dobrosmyslov.
https://lichess.org/broadcast/brugse-meesters-2026-open/ronde-4/3BmCKKH2/i48EHur9#0
Nu we in Brugge zijn, viel me wel op dat er weer gigantisch veel uitvallers waren: in de laatste ronde waren er 88 borden gepaard (176 spelers), terwijl er al 35 schakers thuis zaten, of 15%. Ik verwacht in de nabije toekomst toch een reactie van organisatoren dat ingeschreven spelers motiveert om alle ronden mee te spelen, bv door een deel van het inschrijvingsgeld terug te geven aan de blijvers – dat kan ook in natura bv door drankbonnen te geven aan de spelers van de laatste ronde of iets dergelijks. Je zal als organisator maar een zaal boeken voor 150 man, om na een paar ronden vast te stellen dat die kleinere en goedkopere zaal voor 120 man ook had volstaan.
Een tornooi dat een beetje vergeten werd in de verslaggeving op internet, tussen het geweld van de E-sports Cup, de Cairns Cup en Sinquefield, was het Kanizsa open tornooi in het Hongaarse Nagykanizsa, waarin best wat vechtschaak werd vertoond. Zo werd bijvoorbeeld wereldtopper Matthias Bluebaum onder de voet gelopen door een I.M.:
https://lichess.org/broadcast/kanizsa-open-2026-group-a-top-boards/round-5/sTQdnm5H/bg665wXh
Dat was niet de enige opmerkelijke partij uit dat tornooi: een zwaar theoretisch gevecht tussen Sethuraman en Pranesh eindigde op remise (bemerk de opmerkelijke 9de zet van wit):
https://lichess.org/broadcast/kanizsa-open-2026-group-a-top-boards/round-6/zWV4fXne/ZRg2iYyB
Naast de partijen zelf kan je soms ook andere trends opmerken. Dat veel tornooien nu ook een seniorengroep hebben (Brasschaat dit jaar voor het eerst), is een evolutie die we sinds kort ook in België meer en meer zien. In feite hebben de vier grote Vlaamse opens nu allemaal een seniorengroep. Geen slechte evolutie denk ik – ik zie in die tornooien oudere spelers voor wie een hard tornooiritme (met bv 2 partijen per dag) niet hoeft, en die ook geen zin meer hebben om elodonateur te spelen voor jong talent. Nu, het is een reactie die vroeg of laat tegen de realiteit aanloopt: bij het eerste niet-senior tornooi wordt dan toch hevig gebloed - en daar waren ook voorbeelden van deze zomer.
In het NK in Frankrijk (Vichy) werd er zelfs een subgroep voor de oudjes gemaakt: seniors plus (+60) en veteranen (+70) – beide reeksen waren goed bezet. Gezien de populariteit van het schaken bij de gepensioneerden, geen slecht idee van de organisatoren: hoe meer klassen, hoe meer kans op een titel, en hoe “eerlijker” de concurrentie (ik stel me voor dat een vijftiger van 2000 elo toch beter tegen een lange partij kan dan een tachtiger van 2000 elo).
Toen ik het verslag van Koen Leenhouts las over zijn eerste ronde in Brugge, waarbij hij het had over het niet op tijd aanmelden van toppers bij een occasionele deelname aan een “gewoon” open tornooi, moest ik denken aan iets anders. Toppers en zeker de wereldtoppers zijn de regels en cultuur van normale tornooien vergeten en zijn wat te verslaafd geraakt aan de “pampering” van toptornooien, met hun perfecte omkadering betreffende horeca, tijdschema’s en faciliteiten tijdens het tornooi. De organisatie neemt alle praktische zaken voor zich en de toppers kunnen zich volledig op het schaken concentreren. In het ons-kent-ons wereldje is er respect voor elkaar en hoeft een zwakke prestatie elogewijs geen pijn te doen. Dat is helemaal anders in open tornooien: daar speelt reputatie geen rol, en iedereen wil zich schrap zetten tegen de topper.
In Aix-en-Provence gaat er sinds enkele jaren in juli een top open tornooi door, rijk gesponsord door Dole. In 2024 werd dit gewonnen door Pranesh (2581; 7,5/9) voor toppers als onder andere Lagarde, Gupta, Grandelius, Pranav en Motylev. In 2025 kwam er nog schoner volk op de prijzenpot af, en nu waren het Jan Malek (2499) en Pa Iniyan (2558) die met 7,5/9 de topplaatsen pakten voor bekendere namen zoals onder andere Eljanov, Mendonca, Van Foreest, Grandelius, Ganguly en Lagarde. Dit jaar ging het Armeense duo Martirosyan en Hovhannisyan met een dikke pree lopen. Het deelnemersveld was misschien het sterkste van de afgelopen drie edities, met onder andere Mendonca, Tabatabaei, Smirin, Gupta, Malek, Moussard, Nepomniachtchi, Jobava, Maghsoodloo, Maurizzi, ...
Dan is het interessant om de prestaties van die toppers in een gewoon tornooi te volgen. Dat viel niet 100% mee voor bijvoorbeeld Nepo. Nam hij het tornooi te licht op? Hij klaagde onlangs dat hij nauwelijks nog uitnodigingen kreeg (in het kader van de Russische boycot ivm Oekraïne vermoed ik), maar zoals hij hier speelde, dat was het ook niet, en het zal zeker niet leiden tot meer uitnodigingen.
In de eerste ronde won hij van een FIDE-meester en had hij 1u38 over op zijn klok (!).
https://lichess.org/broadcast/dole-open-aix-en-provence-2026/round-1/X8tUgWQR/1LBY43v3#0
Die aanpak probeerde hij verder in het tornooi, maar dat lukte niet helemaal. Nepo is een enorm talent (in de jeugkampioenschappen was hij minstens de evenknie van Carlsen) en zijn schaakintuïtie is één van de beste van de wereld (zowel in rapid als in blitz staat hij nog zevende in de wereld), maar in de laatste ronde pakte de snel-spelen-saus niet tegen IGM Kantor. Hij vergooide uiteindelijk een gelijke stelling en had op het einde nog 1u43m over.
https://lichess.org/broadcast/dole-open-aix-en-provence-2026/round-9/NC6peabX/5HuI6C4g#0
Teveel talent, te weinig werkkracht en doorzettingsvermogen? Nepo is ook iemand die bij zwakke prestaties nogal snel de schuld bij anderen of de omstandigheden legt, zelden bij zichzelf. Of zoals basketbalcoach Tim Notke het ooit formuleerde: “Hard work beats talent when talent doesn’t work hard”, later ingekort tot “Hard work beats talent every time.”